In gesprek met Bibliotheek Gelderland Zuid en de studentendenktank van Radboud

Jongeren zijn de hele dag online. Maar betekent dat ook dat zij weten hoe ze hun DigiD aanvragen, studiefinanciering regelen of een zorgverzekering afsluiten? Lang niet altijd. Bibliotheek Gelderland Zuid wilde daarom beter begrijpen hoe jongeren ondersteund kunnen worden bij het regelen van hun digitale overheidszaken. Binnen het project ‘Digitaalrijk in je Wijk’ ging een studentendenktank van de Radboud Universiteit met die vraag aan de slag.

De studenten spraken met jongeren van ROC Nijmegen en testten samen met hen een module van Doe je digiding! Wij spraken met Ayşe Varol, programmamaker Digitale Inclusie, en Linda Vogelesang, programmacoördinator Voortgezet onderwijs bij Bibliotheek Gelderland Zuid, en met Famke van der Steen en Bregje Piller, studenten uit de denktank. Wat heeft het onderzoek hun geleerd over jongeren, digitale zelfredzaamheid en de rol van bibliotheken?

 

Digitale zelfredzaamheid hoort ook bij meedoen

Voor Bibliotheek Gelderland Zuid past aandacht voor digitale overheidszaken vanzelfsprekend bij de maatschappelijke rol van de bibliotheek. Linda verwijst naar het motto van de bibliotheek: ‘De bibliotheek vergroot de wereld’.

“Dat gaat niet alleen over lezen, maar ook over meedoen op andere gebieden. Digitale geletterdheid is daar een belangrijk onderdeel van”, vertelt ze. Niet iedere jongere heeft bovendien thuis iemand die kan helpen bij digitale overheidszaken. De bibliotheek kan hierin dus een belangrijke rol spelen.

Binnen ‘Digitaalrijk in je Wijk’ werkt Bibliotheek Gelderland Zuid al langer aan digitale zelfredzaamheid. Met activiteiten op laagdrempelige plekken in wijken bereikt de bibliotheek vooral volwassenen en senioren. Jongeren bleken met die aanpak minder goed te bereiken. Dat was aanleiding om samen met de studentendenktank te onderzoeken welke aanpak voor hen wél passend is.

 

Digitaal vaardig is niet hetzelfde als digitaal zelfredzaam

Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat digitale vaardigheid veel verschillende kanten heeft. Handig zijn met een smartphone of sociale media betekent niet automatisch dat je ook gemakkelijk je weg vindt bij digitale overheidszaken.

“Veel jongeren kunnen bijvoorbeeld goed omgaan met sociale media, maar dat betekent niet dat ze gemakkelijk binnen een overheidswebsite kunnen navigeren”, zegt studente Famke.

Bregje herkent dat: “Dat jongeren opgroeien met digitale apparaten wil niet zeggen dat ze weten hoe ze een DigiD moeten aanvragen of hoe ze hun belastingaangifte moeten doen.”

Tijdens de gesprekken op ROC Nijmegen bleek bovendien hoe belangrijk hulp uit de directe omgeving is. Veel jongeren vertelden dat hun ouders hen hadden geholpen bij het regelen van zaken rond hun achttiende verjaardag. Dat zette studente Bregje aan het denken over jongeren voor wie die hulp thuis minder vanzelfsprekend is.

Ook uit het onderzoek komt naar voren dat jongeren vaak wel weten dát ze bepaalde zaken moeten regelen, maar dat ze behoefte hebben aan ondersteuning bij waar ze moeten beginnen en welke stappen nodig zijn.

 

 

Niet automatisch naar TikTok of Instagram

Een opvallende uitkomst van het onderzoek ging over de manier waarop jongeren die ondersteuning willen krijgen. Wie aan jongeren denkt, denkt misschien al snel aan sociale media, een app of andere digitale communicatie. Ook bij de studenten leefde vooraf die verwachting.

“Bij ons was vooral de verwachting dat jongeren het liefst digitale hulp zouden ontvangen en dat sociale media een grote rol zou spelen bij het bereiken van jongeren”, vertelt Famke.

De gesprekken met de ROC-studenten lieten iets anders zien. Voor informatie en hulp bij belangrijke digitale regelzaken hadden zij juist een duidelijke voorkeur voor persoonlijk contact en voor een plek en een persoon die ze al kennen.

Ayşe vindt dat een waardevol inzicht voor bibliotheken. “Wat werkt voor volwassenen, werkt niet automatisch ook voor jongeren.” Bibliotheken moeten volgens haar dan ook niet op voorhand aannemen dat jongeren informatie over digitale overheidszaken het liefst via TikTok of Instagram ontvangen. Uit het onderzoek blijkt juist hoeveel waarde zij hechten aan uitleg en begeleiding door een vertrouwd persoon.

 

De school als ‘vindplaats’

Daarmee kwam een van de duidelijkste conclusies uit het onderzoek naar voren: voor jongeren is school een logische plek om te leren over digitale overheidszaken.

Ayşe ziet daarin een mooie parallel met het wijkgerichte werk van bibliotheken. Bij volwassenen zoekt de bibliotheek naar plekken waar mensen toch al komen en naar vertrouwde personen in hun omgeving. Voor jongeren werkt dat eigenlijk net zo. Alleen is hun ‘vindplaats’ vaak de school en is hun ‘sleutelfiguur’ bijvoorbeeld een mentor of studieloopbaanbegeleider.

“Zij zien hun school als dé plek om van alles te leren en krijgen de uitleg het liefst van iemand die ze al kennen en waar ze al vertrouwd mee zijn”, vertelt Ayşe. De bibliotheek kan daarbij scholen en mentoren ondersteunen, maar hoeft niet vanzelfsprekend degene te zijn die zelf voor de klas staat.

Ook de jongeren zelf waren duidelijk: school is voor hen de beste plek om over digitale overheidszaken te leren, bij voorkeur tijdens een mentorles. Bregje vond dat opvallend: “Ik had toch verwacht dat ze iets meer weerstand zouden voelen tegen een verplichte les, maar ze gaven duidelijk aan dat ze hier in hun eigen tijd niet snel mee aan de slag zouden gaan.”

 

Doe je digiding! in de praktijk

Naast de interviews wilde de denktank ook ervaren hoe het is om daadwerkelijk met jongeren met digitale overheidszaken aan de slag te gaan. Daarom testten de studenten tijdens een mentorles op ROC Nijmegen de module Zorgverzekering van Doe je digiding! met een klas van twaalf studenten.

Dat praktijkmoment leverde waardevolle inzichten op. De studenten konden zien hoe jongeren op het lesmateriaal reageerden en welke onderdelen voor hen belangrijk zijn bij het leren over digitale regelzaken. Het bevestigde bijvoorbeeld het belang van begrijpelijke uitleg, praktische toepasbaarheid en begeleiding binnen de vertrouwde omgeving van school.

De feedback die tijdens dit onderzoek op de modules van Doe je digiding! naar voren kwam, wordt momenteel meegenomen in een herziening van de modules die al gepland stond. Zo kunnen de ervaringen uit de praktijk direct bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het lesprogramma.

 

Van gastles naar een ondersteunende rol

Bibliotheek Gelderland Zuid is al sinds 2021 betrokken bij Doe je digiding! en verzorgde in de beginperiode ook zelf lessen op scholen. Inmiddels ligt de nadruk meer op een ondersteunende rol.

Linda: “We twijfelden zelf al een tijd of wij wel gastlessen moesten geven op de scholen. Ons idee was dat dit beter door een docent van de school gedaan kon worden, omdat die de leerlingen en studenten beter kent.”

Voor bibliotheken ligt daarmee juist een interessante rol achter de schermen: scholen laten zien welk aanbod er al bestaat, de juiste mensen binnen de school met elkaar in contact brengen en docenten helpen om ermee aan de slag te gaan. Dat is belangrijk, merkt Linda, omdat scholen de digitale problemen van leerlingen vaak wel herkennen, maar niet altijd weten welke lesprogramma’s daarvoor beschikbaar zijn.

 

Vind de juiste ingang binnen school

Daarbij maakt het uit met wie je binnen een school contact zoekt. Bibliotheken hebben vanuit leesbevordering bijvoorbeeld vaak al goede contacten met docenten Nederlands. Voor digitale overheidszaken kunnen een mentor, studieloopbaanbegeleiders (SLB’er) of docent burgerschap een logischer ingang zijn.

Linda herkent vooral de belangrijke positie van de mentor of SLB’er. “Een mentor of SLB’er staat dicht bij de student of leerling. Als het goed is hebben zij een vertrouwensband. Dat hebben wij vanuit de bibliotheek minder of niet. Dat jongeren hun digitale zaken het liefst met iemand willen bespreken die ze vertrouwen juich ik alleen maar toe.”

 

Eerst luisteren, dan aanbod ontwikkelen

Voor Famke en Bregje zit een belangrijke les uit het onderzoek in het luisteren naar de doelgroep. Ook wanneer je qua leeftijd dicht bij jongeren staat, blijken je eigen ideeën niet automatisch overeen te komen met wat zij zelf willen.

“Iets belangrijks dat ik heb geleerd over het uitvoeren van dit soort onderzoek is om niet per se van je eigen verwachtingen uit te gaan”, vertelt studente Famke. “Als je daadwerkelijk in gesprek gaat en blijft doorvragen kunnen er heel verrassende resultaten uitkomen.”

Studente Bregje benadrukt daarbij hoe belangrijk het is om verschillende groepen jongeren te spreken. “Probeer de jongeren te vinden die het meest gebaat zijn bij hulp en ga met hen in gesprek over waar ze tegenaan lopen en waar ze behoefte aan hebben.”

Ook voor bibliotheken is dat misschien wel de belangrijkste boodschap uit het project. Jongeren bereiken betekent niet automatisch dat je nieuw aanbod vóór jongeren moet bedenken. Begin bij de vraag waar zij al zijn, wie zij vertrouwen en wat zij zelf nodig zeggen te hebben.

Ayşe vat het mooi samen: ga in gesprek met jongeren en met de sleutelfiguren om hen heen, zoek samen naar een goede plek binnen het onderwijs en maak het vooral praktisch. “Maak het leuk en ga écht samen oefenen! Alleen maar uitleg geven is niet aantrekkelijk voor de jongeren.”

Voor de bibliotheek betekent jongeren bereiken dus misschien niet dat jongeren vaker naar de bibliotheek moeten komen. Het kan juist betekenen dat de bibliotheek haar kennis, netwerk en aanbod inzet op de plek waar jongeren al zijn, en de mensen ondersteunt die daar dagelijks met hen werken.