2.1 Typisch Nederlands

Paragraaf Progress:

Drop vind ik lekker, en pindakaas… [een citaat]

 


Typisch Nederlands…

 


[Hier komt een afbeelding met typisch Nederlandse voorwerpen. Deze afbeelding niet gebruiken i.v.m. auteursrechten]

 

Startopdracht 2.1 [klassikaal]
Je naam, uiterlijk en karakter bepalen wie je bent, maar dat je Nederlander bent ook. Je nationaliteit is dus ook een onderdeel van je identiteit.

Wat is typisch Nederlands? Pindakaas lekker vinden? Klagen over het weer? Noem vijf zaken die typisch Nederlands zijn. Vijf zaken waarmee je iets hebt of waarin je jezelf herkent. Dit kan van alles zijn: Nederlands eten of snoep dat je lekker vindt; Nederlandse gewoontes; typisch Nederlandse sporten; Nederlandse normen en waarden; enzovoort. Vind je het moeilijk? Dan heb je misschien iets aan de opsomming hieronder:

 

Typisch Nederlands

Ik vier altijd Sinterklaas
Ik vier altijd Koningsdag
Als ik een dijk zie, moet ik huilen
Bij interlands ben ik voor Nederland
We eten altijd ’s avonds om 6 uur warm
Er gaat niets boven een dagje strand
Ik ben gek op haring met uitjes
Als het maar gezellig is
Patat met mayonaise, en niet anders
Geef me een zak drop en ik ben verloren
Ik zeg wat ik denk
Ik ben niet gierig, maar zuinig
Zodra er ijs ligt, ga ik schaatsen
Boerenkool met worst en een kuiltje jus: lekker!
Ja, maar…
Ik doe alles op de fiets
Altijd een koekje bij de koffie
Lang leve de coffeeshop!
Ik klaag graag en veel over het weer
Zonder hagelslag ga ik niet op vakantie
Lang leve het homohuwelijk!
Ik ben trots op Rembrandt en Van Gogh
Amsterdam of … is de mooiste stad van de wereld
Je hebt gelijk, maar ik iets meer…
Waarom zachtjes doen als je lawaai kunt maken?
Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg
Doe mij maar een pannenkoek met stroop
Zonder bier geen plezier: heerlijk helder toch?!
Ben je jarig, dan krijg je er drie…

 

Typisch Nederlands

Elk land heeft zijn gewoontes en gebruiken en normen en waarden, zo ook Nederland. Sommige van deze typische gewoontes en gebruiken en normen en waarden zijn op een natuurlijke manier onderdeel van jou. Omdat je ermee bent opgegroeid en niet beter weet, net zoals je moedertaal. Dat maakt wie je bent: geen Belg, geen Duitser, maar een Nederlander.

 

Vragen en opdrachten paragraaf 2.1
1. In Nederland wonen ruim 3,5 miljoen mensen die oorspronkelijk uit een ander land komen. Ze zijn ooit naar Nederland geëmigreerd, of anders hun ouders of grootouders. Zo wonen er in Nederland mensen uit bijvoorbeeld Suriname, Turkije en Marokko. Dat iemand of zijn ouders oorspronkelijk uit een ander land komen, heeft natuurlijk invloed op wie hij is, op zijn identiteit. Hij of zij heeft een andere naam, andere eetgewoonten en misschien ook andere feestdagen en normen en waarden.

a. Kun je vijf typische gewoontes en gebruiken noemen uit Suriname, Turkije of Marokko? Het mogen ook gewoontes uit een ander land van herkomst zijn. Misschien heb je zelf wel zo’n achtergrond en kom je of je ouders uit bijvoorbeeld Suriname, Turkije of Marokko. Dan is dit een makkelijke vraag voor je. Weet je het niet? Vraag het een klasgenoot.

b. Nederland is een klein land en toch maakt het voor je identiteit uit waar je in Nederland bent geboren. De gemiddelde Groninger is anders dan de gemiddelde Limburger, net zoals de gemiddelde Amsterdammer niet te vergelijken is met de gemiddelde Eindhovenaar. Zoek een klasgenoot uit die uit een andere provincie of stad komt en ga in gesprek met elkaar. Kun je drie verschillen ontdekken, die te maken hebben met de provincie of stad waaruit je komt? Zo ja, noem ze. Zo nee, kun je dan verklaren waarom je geen verschillen hebt kunnen ontdekken?

 


[Hier komt een afbeelding van een multiculturele winkelstraat in Nederland. Deze afbeelding niet gebruiken i.v.m. auteursrechten] 

 

2. Je hebt de Nederlandse nationaliteit, maar voel je je ook Nederlander?

a. Zo ja, hoe komt dit? Zo nee, waarom niet?

b. Is het in Nederland verplicht je Nederlander te voelen?