Inloggen

Weet jij op welke sites je actief bent en van welke online diensten je gebruik maakt? En weet jij ook hoe vaak je op je smartphone kijkt per dag? Hoe vaak je inlogt per dag, met de hand of automatisch?

 

Vragen en opdrachten
1. Noteer individueel de sites waarop je actief bent en waarvoor je moet inloggen. Schrijf ook de online diensten op die je gebruikt. E-mail is bijvoorbeeld een online dienst. Gebruik het overzicht hieronder om op gang te komen. Kun je elke afbeelding thuisbrengen? Zo nee, welke niet? Waarom staat deze afbeelding erbij, denk je?

 

 

2. Zet als team de sites en diensten van de leden van het team op post-its. Noteer op elke post-it ook hoeveel leden van het team de site of dienst hebben genoemd.

 

3. Op welke site zijn de meesten actief? En van welke online dienst wordt door de meesten gebruik gemaakt? Zijn er ook sites en diensten die maar door één lid van het team is genoemd? Zegt dit iets over hem of haar? Zo ja, wat dan? Bespreek deze vragen binnen je team.

 

4. Wie binnen het team heeft de meeste accounts? Zegt dit iets over hem of haar? Zo ja, wat dan? Bespreek dit binnen je team.

 

5. Zoek op internet naar hoe vaak iemand gemiddeld op zijn smartphone kijkt per dag. Noteer dit op een post-it. Is er iemand binnen het team die vaker kijkt? Zegt dit iets over hem of haar? Zo ja, wat dan? Is er ook iemand die veel minder vaak kijkt? Zegt dit iets over hem of haar? Zo ja, wat dan? Bespreek dit binnen je team.

 

6. Plak de post-its op het bord in de klas en bespreek onder leiding van de docent de resultaten met de rest van de klas.