Marith Clignet is docent Sociaal Werk aan het Koning Willem I College en werkt sinds dit schooljaar met Doe je digiding! – (v)mbo. Eerder werkte Marith bij het team jongereneducatie van Stichting Digisterker. We spraken haar over hoe het nu met haar gaat en hoe zij haar studenten met Doe je digiding! ondersteunt bij digitale regelzaken.
Wat maakte dat je de overstap van Stichting Digisterker naar het mbo-onderwijs hebt gemaakt?
Na enkele jaren bij Stichting Digisterker merkte ik dat ik het directe contact met jongeren miste. Ik zette mij in vóór jongeren, maar ik voelde dat ik niet écht verschil kon maken bij de jongeren zelf. Ik wilde weer uitvoerend bezig zijn en anderen persoonlijk op weg helpen. Daarom heb ik gekozen voor het onderwijs. De keuze voor het mbo was heel bewust, omdat daar veel praktisch ingestelde jongeren zitten. Ik geniet enorm van de dynamiek en ontwikkeling van mijn studenten. Ze zijn nog zoekende en ik help ze graag richting hun toekomst. Het opbouwen van een band en te zien dat ze vanuit die verbinding gaan leren, vind ik geweldig.

Marith Clignet – docent Sociaal Werk aan het Koning Willem I College
Welke kennis en ervaring uit je tijd bij Digisterker gebruik je nu als docent?
De kennis en ervaring die ik bij Digisterker opdeed, gebruik ik iedere dag. Studenten komen met allerlei vragen, over toeslagen, studiefinanciering en meer. In mijn lessen besteed ik ook veel aandacht aan digitale geletterdheid: zoeken naar betrouwbare bronnen, bronnen vermelden en bewust omgaan met ChatGPT. De inhoudelijke basis die ik bij Digisterker heb gelegd, helpt me daar enorm bij.
Hoe zetten jullie Doe je digiding! in binnen de opleiding Sociaal Werk?
Als sociaal werker kom je bijna dagelijks vragen tegen over DigiD, toeslagen en andere digitale regelzaken. Daarom geven wij daar les in; het hoort bij het beroep én bij wat studenten Sociaal Werk nodig hebben om cliënten later goed te kunnen begeleiden. Aan het begin van periode 1, wanneer we ons richten op sociale zekerheid, doorlopen alle studenten de modules van Doe je digiding!
Iedereen maakt eerst de module Overheid, burger en DigiD. Daarna verdeel ik de overige modules over groepjes. Elk groepje werkt een casus uit tot een infographic met behulp van Doe je digiding! en Digidingen-desk. De casussen zijn realistische situaties van jongeren – bijvoorbeeld over wonen, zorgtoeslag, studiefinanciering of het aanvragen van een ID – waarin studenten moeten achterhalen welke stappen iemand kan zetten en welke rechten of mogelijkheden er zijn. Zo passen ze de theorie direct toe op een concreet en herkenbaar probleem. Na het afronden presenteert ieder groepje de infographic zodat alle studenten de inhoud van de verschillende modules meekrijgen.

Een voorbeeld van een infographic – door een student gemaakt
Het werken in groepjes is een bewuste keuze. Mijn klas bestaat uit studenten van 15 tot 19 jaar en zij leren veel van elkaar. Door samen te werken kunnen ze elkaar helpen en aanvullen, en de casusopdrachten zorgen voor gesprekken en herkenning: studenten leggen de onderwerpen naast hun eigen leven. De combinatie van eerst de module doorlopen en daarna de kennis toepassen in een casus werkt heel sterk. Studenten moeten zich verdiepen in één onderwerp, gebruiken de informatie om een praktisch probleem op te lossen en delen hun bevindingen vervolgens met de rest van de klas. Hierdoor blijft de stof beter hangen en wordt duidelijk waarom deze kennis in de praktijk zo belangrijk is.
Met welke digitale regelzaken hebben studenten moeite, en hoe helpt Doe je digiding! hen daarbij?
Studenten lopen vooral vast door de hoeveelheid dingen die ze moeten regelen. Ze weten niet altijd waar ze moeten beginnen. Vooral studiefinanciering en de ov-chipkaart leveren veel verwarring op, omdat je de ov-chipkaart op een andere website moet aanvragen en het studentreisproduct via DUO moet regelen. Die onzekerheid heeft ook invloed op hoe ze handelen: ik zie regelmatig dat studenten geen studiefinanciering aanvragen omdat ze bang zijn dat ze alles moeten terugbetalen als ze zouden stoppen met hun studie.
Doe je digiding! helpt om die onduidelijkheden op te lossen. Het programma biedt helderheid en structuur, waardoor er ruimte ontstaat om vragen te stellen en onzekerheden te bespreken. Het opent het gesprek en maakt dingen inzichtelijk, waardoor studenten hun eigen situatie beter leren begrijpen.
Welke materialen gebruik je naast Doe je digiding!?
Ik gebruik Digidingen-desk bijna altijd naast Doe je digiding!, omdat die twee elkaar goed aanvullen. Daarnaast zet ik de Kletskaarten Digitale Regelzaken regelmatig in, bijvoorbeeld bij de start van het onderwerp sociale zekerheid.
Hoe kijk jij aan tegen het belang van digitale vaardigheden voor studenten?
Digitale vaardigheden worden steeds belangrijker. In een wereld waarin de rol van AI en internet steeds groter wordt, is het belangrijk dat studenten digitaal vaardig zijn. Ze moeten leren hoe je betrouwbare bronnen vindt, hoe je AI bewust inzet en wanneer het wel of niet verstandig is om ChatGPT te gebruiken. Ook docenten hebben hierin een verantwoordelijkheid: studenten moeten kritisch blijven denken, en wij als docenten ook.
Tot slot: welke tips heb je voor andere docenten?
Laat jongeren kennismaken met Digidingen-desk en stimuleer ze om de website op te slaan als favoriet. Wat betreft het lesprogramma Doe je digiding! is mijn belangrijkste advies om klein te beginnen: één module tijdens een mentorles kan al genoeg zijn om een gesprek op gang te brengen. Het gaat erom dat je een zaadje plant. Probeer geen beren op de weg te zien, zoals het idee dat er geen tijd is in je lessen of dat er geen ruimte is om je in een nieuw lesprogramma te verdiepen. Soms moet je het gewoon uitproberen en dóen. Je hoeft als docent ook niet overal al expert in te zijn – je kunt samen met jongeren leren over het onderwerp. Kom in de weken daarna regelmatig terug op de modules en bijbehorende thema’s die zijn besproken. Want zo help je studenten om wijzer te worden en uiteindelijk zelfstandig functionerende volwassenen.
